Is biobased bouwen duurder?
ja, gemiddeld wel. De bouwkosten van een biobased project liggen doorgaans zo’n 10% hoger dan bij een vergelijkbaar conventioneel project. Maar dat getal vertelt niet het hele verhaal.
Waar zit het kostenverschil?
Het verschil zit voornamelijk in de materiaalkosten. Biobased materialen zoals isovlas, kalkhennep en Agapan zijn duurder in inkoop dan hun synthetische tegenhangers. De arbeidskosten voor verwerking liggen bij prefab-elementen juist lager, omdat veel werk in de werkplaats gebeurt en de montage op locatie sneller gaat.
Netto is de meerprijs beperkt, maar reëel. Wie een eerlijk antwoord wil, moet rekenen op een kostenverschil van ruwweg 5 tot 15% afhankelijk van het type project, de materiaalkeuze en de schaal.
Wat levert het op?
Lagere energierekening
Biobased gebouwen zijn goed geïsoleerd en hebben door de vochtregulerende werking van de materialen een stabieler binnenklimaat. Dat vertaalt zich in een lager energieverbruik. Over de looptijd van een gebouw is de besparing op energie vaak groter dan de meerkosten bij de bouw.
Hogere vastgoedwaarde
Gebouwen met een lage energiebehoefte en een lage milieu-impact worden steeds aantrekkelijker op de markt. Kopers en huurders zijn bereid meer te betalen voor een woning of bedrijfspand dat voldoet aan hoge duurzaamheidseisen. Die waardestijging is nu al zichtbaar en zal toenemen naarmate regelgeving strenger wordt.
Toekomstbestendigheid
De MPG-norm voor nieuwbouw wordt de komende jaren aangescherpt. Gebouwen die nu biobased worden gebouwd, voldoen ruim aan de normen van morgen. Conventioneel gebouwde panden zullen op termijn moeten worden aangepast of verliezen aan waarde. Wie nu investeert in biobased, koopt zichzelf uit die discussie.
Biobased versus energierenovatie
Veel eigenaren van bestaand vastgoed staan voor een keuze: investeren in energiebesparende maatregelen of doorgaan zoals het is. Biobased renovatie combineert beide: betere isolatie, lagere energiebehoefte en een materiaalgebruik dat past bij steeds strenger wordende milieunormen.
De terugverdientijd van biobased isolatie ligt, afhankelijk van de energieprijzen, doorgaans tussen de 8 en 15 jaar. Dat is vergelijkbaar met gangbare isolatiematerialen, maar met een lagere milieu-impact over de hele levensduur.
Veelgestelde vragen
Er zijn regelingen via het Rijk en provincies die biobased bouw ondersteunen. Het aanbod wisselt. NORQ adviseert hierover aan het begin van elk project. Een onafhankelijk adviseur of de RVO kan ook actuele informatie geven.
Nee. Schaal, locatie, materiaalkeuze en complexiteit bepalen de uiteindelijke kostprijs. Nieuwbouw in houtskeletbouw kan goedkoper uitvallen dan verwacht, zeker als prefab-elementen worden toegepast. We maken altijd een projectspecifieke begroting.
Dat is steeds vaker het geval. Een lage MPG-score en een goed energielabel worden in taxaties meegewogen. In de praktijk zien we dat biobased gebouwen goed verkoopbaar zijn, ook in een moeilijkere markt.
Meer artikelen
- Biobased
Vervuilende bouwmaterialen: wat vermijden we en waarom?
De bouwsector is verantwoordelijk voor een groot deel van de mondiale CO2-uitstoot en het grondstoffenverbruik. Een groot deel van die impact zit in de materialen: hoe ze worden gewonnen, geproduceerd en verwerkt. Bij NORQ kiezen we bewust voor materialen met een lage impact. Dat begint met weten welke materialen een hoge impact hebben.
- Verduurzamen
- Biobased
Duurzame installaties bij biobased bouw
Een goed biobased gebouw vraagt om installaties die daarbij passen. Wie een houtskeletbouwwoning bouwt met biobased isolatie en vervolgens een ouderwetse cv-ketel op gas installeert, laat kansen liggen. Installatie is geen aparte discipline: het is onderdeel van het gebouw.